Pleidooi voor het GA

Alex de Vries, auteur over kunst en cultuur en voorzitter van de Adviescommissie Kunsten van de provincie Noord-Brabant hield tijdens de opening van Bosch Grafisch Souvenir een vurig pleidooi voor de Grafische Ateliers en de grafische kunst. Hieronder zijn lezing.

Het belang van grafiek
Bosch Grafisch Souvenir

De stille kracht van de beeldende kunst is de grafiek. Het wordt tijd dat die kracht eens losbarst. Altijd neemt de grafische kunst een bescheiden, ondergeschikte positie in ten opzichte van de luidruchtige en onmiddellijk zichtbare ontwikkelingen in de cultuur, terwijl het vaak juist de grafiek is waar tersluiks en onzichtbaar wordt geëxperimenteerd met vorm, kleur, uitdrukking, formaat, verhouding, betekenis, dimensie en bereik, wat altijd aan die opmerkelijke gebeurtenissen vooraf gaat. Gaat het te ver om te zeggen dat de eerste visuele gewaarwording een grafische ervaring was? Is de eerste kunstzinnige ervaring niet het waarnemen van een afdruk, een spoor van jezelf, een voetafdruk in de grond, een handafdruk op een wand? Grafiek als een handschriftelijke uitdrukking die zichtbaar blijft, is de oorsprong van de beeldende kunst. Ook als je klei oppakt om een beeld te vormen is dat in beginsel een grafische handeling. Als je hakt in een steen, krast met een pen, wrijft met je hand; het grafische gebaar ligt altijd ten grondslag aan de beeldende kunst. De vanzelfsprekendheid ervan is zo natuurlijk dat die als overbodig wordt gezien. Pas als je eraan voorbij gaat, ontdek je de noodzakelijkheid ervan.

Grafische technieken zijn de meest democratische uitdrukkingsmiddelen die je als kunstenaar kunt gebruiken. Je ontdoet het kunstwerk ermee van zijn eenmaligheid, zonder de uitdrukkingskracht ervan te ondermijnen; je vermeerdert die alleen maar. Je vergroot de beschikbaarheid ervan met de mogelijkheid om iedere afdruk toch een persoonlijk karakter te geven. Wie voor het eerst in een grafisch werkplaats komt en een eerste afdruk van bijvoorbeeld een ets onder de pers vandaan ziet komen, zal worden getroffen door de kwetsbare kwaliteit ervan. Alle volgende afdrukken van die ets zijn daar de bevestiging van, totdat de etsplaat sleets raakt en de afdruk aan zeggingskracht inboet en weer opgewerkt moet worden, totdat het niet meer gaat. Die beperking is een waarborg voor de kunstzinnige identiteit van de grafiek.

Grafiekwerkplaatsen zijn onmisbare basale en collectieve voorzieningen in de wereld van de beeldende kunst.  Kunstenaars die zich individueel de investering voor grafische apparatuur niet kunnen veroorloven, maken gebruik van deze gezamenlijke voorzieningen die grotendeels door vrijwilligers en liefhebbers worden onderhouden. Ze verzorgen instructies en introduceren nieuwelingen in deze techniek door ze de consequenties van de opeenvolgende stappen in het grafische kunstwerk in te laten zien. De kunstenaars experimenteren ermee en breiden de mogelijkheden uit. Grafiek is de research & development afdeling van de beeldende kunst en heeft een belangwekkende output die voor iedereen bereikbaar is, van de beginnende kunstverzamelaar tot de meest gerenommeerde museale instelling. De grafische werkplaatsen worden te weinig op waarde geschat, omdat ze vooral als een facilitaire apparaat worden gezien, terwijl het de laboratoria van de kunstzinnige verbeelding zijn. Je leert er het beeld te analyseren en op te bouwen, te ontleden en samen te stellen, om te draaien, op zijn kop te zetten, te vergroten en te verkleinen, te delen en te vermenigvuldigen.

Waarom is de positie van de grafiek dan zo in gevaar? Waarom is er in de infrastructuur van de kunst zo weinig financiële ondersteuning? Dat komt omdat de zichtbare resultaten weinig spectaculair zijn in de zin van de eigentijdse spektakelcultuur. Grafiek bekijk je nog altijd het best binnenskamers en op de hand. Een grafiekfestival zou dan ook een contradictio in terminis zijn. Desalniettemin ís de tentoonstelling ‘Bosch Grafisch Souvenir’ een grafiekfeest, een grafisch festival. Het Grafisch Atelier Den Bosch toont ermee aan dat het een beeldende uitdrukkingsvorm is die in alle rijkdom en variatie door iedere kunstenaar kan worden beoefend en gewaardeerd en die binnen het onderwijs en de educatie een uitzonderlijke rol speelt in het ontwikkelen van begrip voor de betekenis van het beeld en het teken. Niet voor niets heeft het Grafisch Atelier drie scholen – Het Hooghuis Lyceum uit Oss, het Pierson College uit ‘s-Hertogenbosch en  SintLucas uit Boxtel - uitgenodigd deel te nemen aan dit project en met verrassende resultaten. Als het beeld een teken is, heeft het betekenis.

Dat de kunst zin heeft wordt door de grafiek als geen ander aangetoond en als dit fundament voor de beeldende kunst wordt ondermijnd stort op termijn het hele gebouw in elkaar. Het is van belang dat de grafische werkplaatsen die er nog in Nederland zijn door gemeentes met een ruimhartige basisfinanciering worden gesteund en dat fondsen projecten mogelijk maken en dat sponsoren investeren in de verspreiding van de resultaten die de ateliers presenteren. Bij ‘Bosch Grafisch Souvenir’ vervullen de gemeente ’s-Hertogenbosch, het Prins Bernhard Cultuurfonds en het Hermes Netwerk die functies.

Aan Bosch Grafisch Souvenir doen 35 kunstenaars mee. Steeds hebben door het Grafisch Atelier uitgenodigde kunstenaars een andere, jongere kunstenaar voor deelname voorgedragen. De lijst namen: Lobke van Aar, Frances Alleblas, Hans Andringa, Lieke Arens, Paul Bogaert, Anke van den Brink, Marieke Coenen, Arjan van Egdom, Peter Franssen, Fred Geven, Laura Hoek, Hella van ’t Hof, Kim Hospers, Florence Husen, Kitling Jordens, Maria Kapteijns, Laura Karsmakers, Emmy van Lamoen, Nina Lathouwers, Vanessa Obinu, Inez Odijk, Jos de l’Orme, Marieke Peters, Alexia Pnevmatikos, Henning Rosenbrock, Henny Schakenraad, Annika Syrjämäki, Bianca Tangande, Lea Theunissen, Zoubida Tulkens, Helma Veugen, Reggie Voigtländer, Hans Wap, Raoul Wilke en Marthe Zink. Juist bij zo’n omvangrijke groepstentoonstelling is het noodzakelijk alle kunstenaars te noemen.

Aanleiding voor dit project is het Jeroen Bosch jaar dat op stapel staat en dat onder de titel JB500 in 2016 de 500ste sterfdag van deze kunstenaar herdenkt. Als geen ander wist Jeroen Bosch uitdrukking te geven aan de bekoringen en verzoekingen van het aardse leven verbeeld door de hemelse en helse verrukkingen. Hij schetste daarmee een metaforisch wereldbeeld waar we ons voornamelijk dank zij hem nu een voorstelling van kunnen maken dat tegelijkertijd verontrustend en verleidelijk is. De uiterste detaillering van een aan pure verbeelding ontsproten fantasiewereld dat droom en nachtmerrie ineen is, heeft de beschouwer ervan van begin af gefascineerd. Zijn beeldtaal is niet zozeer uitzonderlijk, want er waren tal van andere kunstenaars die soortgelijke hybride fantasiewezens schilderden, als wel bandeloos, want er is geen ander die in een almaar uitdijende detaillering zo’n wezenlijk schilderkunstig universum aan onvoorstelbare taferelen in contrast met het alledaagse en platvloerse heeft geschapen als hij. Jeroen Bosch is een kunstenaar die je kunt bewonderen en verguizen, maar aan wie je je niet kunt meten. Je kunt je nooit op een voet van gelijkwaardigheid met hem verhouden. Hij heeft schilderijen tot stand gebracht die blijk geven van een universele menselijkheid aan kracht en zwakte die elkaar als communicerende vaten beïnvloeden. Ondanks beestachtige trivialiteiten gaat er van zijn werk een uiterste vergeestelijking uit. Die aspecten van zijn kunstenaarschap hebben de deelnemers aan ‘Bosch Grafisch Souvenir’ op allerlei manieren beïnvloed. We zien het woud dat spreekt en het veld dat ziet, de wereld onder een glazen stolp, doormidden gesneden, het hemelgewelf gehalveerd, brandende torens  en monumenten, eindeloze zinderende kleurstalen, dierenhuiden, vogels, vissen, doedelzakken, trechters, een vleesfontein, rondzwervende vingers, vage vlekjes, muiltjes, schoenen, klompen, schone zielen, wakken en lepels in etsen, zeefdrukken, lino’s, houtsneden, stempels, drukplaten, foto’s, films en prints. De prenten die de kunstenaars hebben gemaakt, krijgen daarnaast een equivalent in souvenirs als een kalender, sleutelhanger, reislampje, shawl, vazen, broches, speldjes, hangers, kruidenpotjes, zaadjes en tasjes, presse-papiers, een kwartetspel , koelkastklevers en plaktatoeages, naast grafische afgeleiden van de prenten zelf die als miniaturen de functies van gedenkteken of herinneringsbeeld vervullen

‘Bosch Grafisch Souvenir’ is een tentoonstelling die je overstelpt. Je wordt meervoudig door duizelingwekkende grafiek bevangen. Het bewijst dat je niet bang hoeft te zijn. Er is toch niets dat helpt. Kijk je ogen uit in het spiegelbeeld van je verlangen.

Alex de Vries

 


 

fotografie: Moniek Dams